Kan u het aan?

Een blog vol gezaag … vol gezever … geklaag … gesteun?

Kan u het aan?

Verlies

In zijn zoete woestijn
verlies ik
mij
zoek ik
karamellen
die vertellen
dat ik mij
kwijt
in zemelig zalig
mondklevende
woorden

Verlang
naar zijn kus
die verslindend
vretend
mij
weer
mist.
Zo win ik
hem
voor mij.

Vuilbakmateriaal

Tot een prop gefrommeld, in elkaar geduwd en weggesmeten …

Een goede les: geef jezelf nooit bloot aan iemand die je kan kwetsen. Ik sta vol blauwe plekken … van hem …

Plots ben ik verliefd

droom ik van zijn handen die me strelen, enkel om te spelen, enkel om te doen alsof maar met een intentie van echtheid, oprechtheid.
Het slaat me als een moker in mijn gezicht.
Ik ben verliefd op verliefd zijn en daarom zo snel van mijn stuk.

Zijn lippen, zijn lach, zijn donderwolkende ogen
ik ben verliefd
verliefd op hem
en ik wil het niet.

Mijn hand rust op zijn borst. Ik voel de haartjes door zijn t-shirt. We kijken elkaar aan, zijn neus bijna tegen de mijne.
Ik ruik hem, voel hem …. zijn buik raakt mijn buik, zijn borst tegen mijn borsten, zijn hand op mijn onderrug.

’s Avonds schrijf ik. Ik steun met mijn hand onder mijn kin. Zijn geur sijpelt binnen. Ik snuif …

En glimlach…

We zitten in de wagen. Er wordt gepraat. Woorden tuimelen. Er wordt vooral veel gezegd dat niet uitgesproken is.
Hoe goed ze praten. Hoe goed het wel gaat. Na zoveel jaar is hun relatie sterker dan ooit.
Mijn mond valt net niet open.
Waarom ligt hij dan in mijn armen? Waarom zucht hij en verlangt hij dan zo naar mijn woorden en mijn lijf….

Ik kijk in haar ogen. En zie.
Ze weet het….

Radiostilte

Al drie weken. Geen teken van leven. Of dood.
Dus sterf ik vanbinnen weer een beetje.
En klop mezelf met de karwats die ik kreeg van Melancholia. Voor het hoofd. Want ik heb een bord voor mijn kop.
Verstand komt niet met de jaren.
Het hart blijft zwak en teer.
Geen leer rond mijn ziel maar kwetsbare watten die slechts een flauw omhulsel zijn van mijn kracht.

Afscheid

Zijn ogen glijden langs mijn gezicht. Hij knipoogt. Lief, schattig.
Ik glimlach. Terug.
Terwijl het water me nader staat dan de zon.

In mijn hoofd neem ik afscheid van hem. Het moet. Voor mijn eigen (geestelijke) gezondheid. Zo kan het niet langer. Maar dat dacht u al langer, waarschijnlijk.


Hoe meer hij invult, hoe leger alles wordt.
Dit heeft geen zin, dat is allang duidelijk. Ik zie, ik zag het niet.
Ik teer op verlangen dat ingevuld moet en zal worden.
Maar de wolken waarop ik leefden, huilen zich leeg.
Totaliteit zal er niet komen.
Engagement evenmin.
Kan een mens verder zonder dat?
Ik niet.

Ik heb tegen je gelogen …
ik wil niet minder … maar méér …
ik wil niet beter … maar nóg.
één vraag slechts: wanneer?

Stilte voor de storm

Er is geen frustratie meer … enkel misschien over het niet genoeg en het nog meer. Verlangen en Willen. Een gat in mijn hart wanneer hij me niet mailt of belt. Een kramp in mijn buik wanneer hij in de buurt is en kijkt. Me bekijkt alsof ik het mooiste wat ooit was ben.

Hij wikt en weegt me. Goed bevonden. Ik.

« Oudere berichten